Tijden door elkaar

Typ wat er op de stippellijn(en) moet komen staan.

Na 2 maal fout, wordt het een meerkeuze vraag.

Gebruik de pijltjes hieronder om naar de volgende (=>) of vorige (<=) vraag te gaan.

Hééél korte uitleg!

Present Continous: am / is / are + ing-vorm
tegenwoordige tijd (bezigheid)

Present Simple: infinitief / infinitief + (e)s bij de SHIT-regel!
tegenwoordige tijd (gewoonte)
N.B. vragend of ontkennend : do / does + infinitief

Past Continuous: was / were + ing-vorm
verleden tijd (bezigheid)

Past Simple: infinitief + (e)d / 2e stamtijd
verleden tijd (in alle andere gevallen)
N.B. vragend of ontkennend : did + infinitief

Present Perfect: have / has + voltooid deelwoord
voltooid deelwoord = infinitief + (e)d / 3e stamtijd

Future Simple: shall / will + infinitief
toekomende tijd